© 2015 De  Enkhuizer Sjappetouwtjes
Sjappetouwer(1721) gevormd bij ouder sappetau/svaarder (1702) < Maleis s(i)apa taoe 'wie weet het', een uitdrukking die gebruikelijk was onder de matrozen, vandaar de naam voor een ruwe klant. Verkortingen zijn sjap en sjappie.

Bron: Etymologisch Woordenboek, uitgeverij 'Het Spectrum'

Sjappietouwer m (-s) ruwe vent, gemene kerel, die niets wat schelen kan (vermoedelijk van de Maleise uitdrukking: siapa tahu wie weet er wat van?, maar beïnvloed door het Engelse chap vent).
Bron: Kramers Nieuw Woordenboek Nederlands
Sjappie = sjappietouwer, iemand zonder manieren of beschaving; onverschillige en onbetrouwbare kerel; iemand die schunnig gekleed is.
Bron: Vreemde Woordentolk (Universiteit voor Zelfstudie)
Sjap, m. (-pen), sjappie.
Sjap'pen,(sjapte, heeft gesjapt), (overg.) merken, tekenen (b.v. te vellen hout).
Sjap'pie,m. (-s), 1. sjappietouwer;-2. winderig, opschepperig ventje.
Sjappie hen'dele men'dele,m., g. mv., (Barg. volkst.) (verbastering van Chopin, Händel, Mendelssohn), hutspot (van aardappelen, wortelen, uien).
Sjap'p(i)etouwen,(sjapp(i)etouwde, heeft gesjapp(i)etouwd), (onoverg.) straatslijpen, lanterfanten, rinkelrooien.
Sjap'pietouwer,( uit het Mal. siapa taoe, wie weet het, weet ik het, een uitdr. die ruw volk vaak in de mond had), m. (-s) ruwe klant, iem. zonder manieren of beschaving, iem. die er verlopen of schunnig uitziet; baliekluiver.
Bron: Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal  “Oh? zit dat zo?”

De naam is opgediept uit een boek dat op een rommelmarkt in Medemblik  lag: “Het nieuwste Medemblikker Scharrezoodje”, met als ondertitel: “Gevangen en Ontweid van Verscheide Visschers, en Overgoten met een Zangers-Zausje”, uitgegeven 7 september 1993 door uitgeverij A.A. Idema in Medemblik, ISBN 90-801669-1-X.
In één van de daarin opgetekende liederen kwam de uitdrukking “Sjappetouwtjes” voor. In de verklarende woordenlijst stond de beschrijving: Matroos.
Later werden in andere woordenboeken de uitgebreidere verklaringen gevonden. Daar ons koor er uitziet als een ongeregeld zootje - niemand heeft hetzelfde aan - vond men de naam Enkhuizer Sjappetouwtjes wel toepasselijk, en zo is het gekomen.
Het lied stamt uit 1718 en heeft als omschrijving: ‘Een nieuw lied wegens het gelukkig arriveeren van een-en-twintig Oost-Indische retour scheepen’. Het heeft 12 coupletten, waarvan het eerste luidt:
Viva nu jonge vrouwtjes,
En meysjes van plysier,
Wie met de Sjappetouwtjes
Zo graeg gaen aen de zwier:
Nu is de rechte tijd;
Dat gy saem vrolijk zijt,
Sa aen ’t springen en aen ’t zingen:
Weest verblijd.
Bron van het lied: De boeken “Van Varen en van Vechten”,
Dr. D.F. Scheurleer, uitgegeven 1914 door Martinus Nijhoff.

N.B. In het V.O.C.-jaar 2002 is een dunne (8 pagina’s) speciale editie verschenen van de Enkhuizer Almanak. Achterin op de pagina’s 6, 7 en 8 staat een V.O.C. abc-tje waar ook het woord Sjappietouwer in voorkomt.
Home